Historie:
IHet Deventer Ziekenhuis is in 1985 ontstaan uit een fusie van de twee Deventer ziekenhuizen. Voor de historie van het 'Sint Geertruiden Gasthuis of Ziekenhuis' en het 'Sint-Jozef Ziekenhuis' moeten we echter een nog diepere duik in de Deventer geschiedenis maken.
Sint Geertruiden Gasthuis of Ziekenhuis
De geschiedenis van het Deventer ziekenhuis gaat terug tot 1472, naar de Noordenbergstraat in Deventer, vlakbij de IJssel. Daar stond het Sint Geertruiden Gasthuis, Sint Geertruida zelf is een heilig verklaarde vrouw die leefde van 626 tot 659. Het Sint Geertruiden ziekenhuis was een openbaar ziekenhuis, speciaal bestemd voor pestlijders. In die tijd was de pest de meest gevreesde ziekte omdat dit heel besmettelijk was en snel om zich heen greep. Pestlijders werden gemeden.Daarom bijvoorbeeld moesten zij en hun huisgenoten, als zij de straat opgingen, een lange, witte stok meenemen. Of hing aan hun huizen als herkenningsteken een bos stro en prijkte op de gevel een grote P.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) vonden ook zieke soldaten een onderkomen in het Gasthuis. In 1580 lagen er niet minder dan 120 armen, pestlijders en soldaten in het Sint Geertruiden Gasthuis. Zelfs met twee of drie patiënten in één bedstede kon het huis alle 'ellendighen' nauwelijks herbergen.
De tijd die patiënten in het Gasthuis verbleven, varieerde van een paar dagen tot twee jaar. Aan het Sint Geertruiden Gasthuis waren geen artsen in vaste dienst verbonden: er waren alleen huisartsen, die in die tijd stadsartsen werden genoemd, op afroep beschikbaar. En ook van verpleegkundigen had niemand in die tijd gehoord.
Over de patiënten ontfermde zich een moeder, geassisteerd door enkele meiden. Zij verzorgden de zieken: dat betekende onder andere hen één keer per week op zaterdag verschonen en voor hen koken, wassen en nachthemden en handdoeken naaien. Per zaal hadden de zieken één handdoek. Patiënten die niet bedlegerig waren, hielpen ook mee in de huishouding.
Rond 1800 ging er een andere wind waaien in het Sint Geertruiden Gasthuis, dat steeds vaker 'Sint Geertruiden Ziekenhuis' werd genoemd: er kwamen nieuwe huisregels. Konden tot dan toe alle arme mensen voor hulp aankloppen, vanaf toen werden patiënten alleen opgenomen als zij een verwijsbrief met daarin een diagnose van een geneesheer konden laten zien. Diagnoses werden ruim gesteld: 'groot ongemak' was al voldoende voor opname. In de negentiende eeuw bloeide de medische wetenschap in hoog tempo op. Steeds meer patiënten kwamen naar het 'St Geertruiden en het ziekenhuis groeide uit zijn voegen. Daarom werd het plan opgevat een nieuw ziekenhuis te bouwen. Dat gebeurde in 1884. Voor f 150.000,- inclusief inrichting en stoffering, verscheen een nieuw gebouw aan de Singel.
De jaren verstreken en het Sint Geertruiden ziekenhuis ontwikkelde zich steeds verder. Rond de eeuwwisseling maakten de ongeschoolde moeders en meiden plaats voor 'echte' gediplomeerde verpleegsters, meisjes van goede komaf. En de eerste artsen werden verbonden aan het ziekenhuis.
Naast deze organisatorische vernieuwing veranderde er ook veel op technisch gebied. Er kwam bijvoorbeeld een laboratorium en een echte operatiekamer, die niet meer op de straat uitkeek. Vóór die tijd verdrongen mensen zich voor de ramen van de operatiekamer en spuiden ongezouten kritiek op de chirurg.
Door deze veranderingen was het Sint Geertruiden Ziekenhuis omstreeks 1910 echt te klein geworden en technisch verouderd. Plannen werden gemaakt voor een nieuw ziekenhuis aan de huidige Fesevurstraat. Het zou nog tot 1940 duren voordat het gebouw er werkelijk stond. Eind 1940 verhuisden personeel en patiënten per bakfiets en ambulance naar het nieuwe ziekenhuis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam het Sint Geertruiden Ziekenhuis herhaaldelijk mensen op die op de vlucht waren.
Toen de Duitsers lucht kregen van deze 'immitatiepatiënten' zorgde het ziekenhuis er voor dat zij 'echt' ziek werden. Zo bezorgde een huidarts deze patiënten een onschuldige, maar vervaarlijk uitziende uitslag. Na de oorlog brak in de ziekenhuiswereld een periode aan waarin de technologie een hoge vlucht nam. Er kwamen meer artsen die meer specialismen beheersten. Die artsen stelden allemaal hun eisen aan ruimte, apparatuur en assistentie. Om aan die wensen te voldoen, besloot het ziekenhuisbestuur in 1958 tot nieuwbouw naast het bestaande gebouw. In 1973 werd het nieuwe complex aan de Fesevurstraat betrokken.
Het Sint Jozef Ziekenhuis:
heeft een veel kortere geschiedenis dan het Sint Geertruiden ziekenhuis. Het startte in 1875 in de Bruynssteeg in Deventer. De katholieken in de stad stichtten in 1874 hun eigen ziekenhuis, het Sint Jozef ziekenhuis aan de Nieuwstraat. In 1915 werd dit ziekenhuis sterk uitgebreid en vernieuwd. In 1900 bezocht koningin Wilhelmina met haar moeder het ziekenhuis in Deventer.
De Zusters van Liefde verpleegden hier de zieken. Het ziekenhuis was met name bedoeld voor arme mensen en mensen die het katholieke geloof de rug hadden toegekeerd.
Een liefdevolle verpleging door religieuzen zou een positieve invloed hebben op het zieleheil van deze patiënten, meende men in die tijd. De eerste artsen die regelmatig in het ziekenhuis werkten, waren chirurgen. Zij werkten ook in het Sint Geertruiden ziekenhuis. Overigens verliep de aanstelling van artsen niet altijd zonder rimpelingen. In 1927 bijvoorbeeld werd een arts voor huid- en geslachtsziekten niet toegelaten in het Sint Jozef ziekenhuis omdat zijn patiënten niet konden worden verpleegd door vrouwen, laat staan door de nonnen.
Wat voor het Sint Geertruiden ziekenhuis gold, was ook bij het Sint Jozef ziekenhuis het geval: de medische-technische vooruitgang en organisatorische ontwikkelingen noopten het ziekenhuis tot aanpassing en uitbreiding. In 1897 betrok het Sint Jozef ziekenhuis een pand in de Nieuwstraat. Aan dat pand werd een deel gebouwd. Toen dat er stond, was het geld op. Om toch meubilering, gasverlichting en instrumentarium te kunnen aanschaffen, besloot het Sint Jozef ziekenhuis een loterij op touw te zetten.
Hoofdprijzen waren onder andere zilveren kelken en kaarsenstandaards die een pastoor het ziekenhuis had nagelaten. Al snel bleek dit nieuwe onderkomen niet te voldoen aan de eisen van die tijd. Alleen nieuwbouw zou een oplossing kunnen bieden. Het ziekenhuisbestuur rekende en cijferde, maar nieuwbouw viel niet te betalen. In plaats daarvan volgde een onafzienbare reeks van verbouwingen. Uiteindelijk is de nieuwbouw er toch gekomen, in de Van Oldenielstraat. Toen was het 1956. Nadat in 1938 de eerste plannen waren gemaakt, kon in 1956 het nieuwe St. Jozef Ziekenhuis aan de Van Oldenielstraat in gebruik genomen worden. Het betreft een complex van gebouwen naar architectuur van het bureau Van der Laan, Hermans, Van der Eerden uit Leiden, waaraan de Deventer architect F.H.J. Bodifeìe was toegevoegd. De hoofdarchitect was Ir. J.A. van der Laan, die onder meer negen katholieke kerken en zes ziekenhuizen op zijn conto schreef. Hij was familie van de bekende monnik en architect Dom Hans van der Laan.
In 1985 fuseerden het Sint Jozef ziekenhuis en het Sint Geertruiden Gasthuis of Ziekenhuis. Die fusie kwam niet uit de lucht vallen. Beide ziekenhuizen waren van oudsher sterk op elkaar gericht. Zo waren er specialisten die én in het Sint Jozef én in het Sint Geertruiden ziekenhuis werkten. Maar ook op andere gebieden werd samengewerkt.
Zo hadden de ziekenhuizen gezamenlijk een apotheek en bloedbank en stelden zij samen opleidingsprogramma's op. Directe samenwerking op het gebied van patiëntenzorg bleef echter lange tijd taboe. Het Sint Jozef ziekenhuis vond bijvoorbeeld dat een niet-katholieke verpleegster aan het bed nu eenmaal niet kon. Maar maatschappelijke ontwikkelingen verkleinden de verschillen tussen beide ziekenhuizen. De samenwerking werd steeds nauwer en mondde uiteindelijk uit in een fusie. De naam werd Stichting Deventer Ziekenhuizen, kortweg Deventer Ziekenhuis. Het Deventer Ziekenhuis bouwt momenteel aan het ziekenhuis van de 21e eeuw. Een gedachte die niet alleen tot uitdrukking komt in een nieuw gebouw (geopent zomer 2008), maar ook in een andere manier van werken. Daarvoor ontwikkelde het ziekenhuis eind jaren '90 een meerstromenmodel en een visie op vraaggestuurde zorg.
Over de toekomst is een hoop induidelijkheid geweest, het zou geheel afgebroken worden, of het oude deel zou blijven bestaan. In 2009 is besloten dat het oude deel vooralsnog niet gesloopt gaat worden. op 6-11-2009 is de sloop van het gedeelte uit 1973 gestart. Als eerste moest de asbest verwijderd worden, en daarna begint de eigenlijke sloop die naar verwachting een half jaar in beslag zal nemen. Er komen woningen, appartementen en voorzieningen in een tuinachtige omgeving waarbij het hoofdgebouw van het ziekenhuis uit 1938 behouden zal blijven en de rest zal daarop aansluiten
|