Vlamovensteenfabriek Renkum

bouwjaar: 1875
verlaten: 1950
status: onveranderd
foto's gemaakt op: 15-11-2008

Historie:
Firma de Wolff & Co begon in de Jufferswaard een steenfabriek in 1875. In 1928 werd op dezelfde plaats de vlamovensteenfabriek Renkum opgericht.  In eerste instantie hadden alle steenfabrieken een veldoven, en iets later een waal oven of verbeterde veldoven. Een veldoven is een oven die geheel wordt gevuld en daarna opgestookt wordt tot baktemperatuur. Na het bakken moeten de stenen eerst afkoelen waarna de oven leeggehaald kan worden. In die tijd kan er dus niet gebakken worden en er is geen kontinue produktie.
Begin 1900 zetten de gebroeders Koppel  uit IJsselstein en wonend te Oosterbeek een belangrijke stap in de steenfabricage. Ze namen afstand van de veldoven en gingen over op de "kamerringoven met overslaande vlam", ook wel ringoven of vlamoven genoemd.  Het principe van de ringoven werd in 1858 bedacht door de Duitser Friedrich Eduard Hoffmann. Een ringoven heeft een rondlopend of ovaal ovengebouw met een rondgang en meestal tussen de 12 en 24 kamers. Deze kamers kunnen onafhankelijk van elkaar gestookt  worden. In de rondlopende gang zijn een aantal poorten gemaakt voor de toe- en afvoer van bakstenen. Telkens wordt een kamer met ongebakken kleiblokken opgestookt tot een temperatuur van meer dan 1000°C, waardoor tevens de volgende kamer wordt voorgewarmd en de voorgaande wordt afgekoeld. Nadat de bakstenen in een kamer voldoende gebakken zijn wordt het vuur gedoofd en in de volgende kamer weer aangestoken. Door de ringconstructie is een doorlopend steenbakproces mogelijk, dat bovendien economischer en geleidelijker bakt dan de traditionele veldovens. Een complete cyclus duurde 1 tot 4 weken. De vijf oude veldovens van steenfabriek de Wolff & Co werden dan ook gesloopt en vervangen voor de nieuwe ring/ vlamovens. met daarboven de stookvloer. De steenkool werd door afsluitbare openingen in het gewelf aangevoerd. De klei om de bakstenen van te maken werd uit de uiterwaarden van de Rijn gehaald.  Voor de arbeiders waren de omstandigheden zwaar. Ondanks het kinderwetje van van Houten uit 1874 werkte vaak het hele gezin in de steenfabriek. Ouders werden onder druk gezet om hun kinderen in de fabriek te laten werken als ze groot genoeg waren. Ze konden dan de stenen om keren zodat ze aan beide kanten goed konden drogen en door hun kleine voetjes konden ze makkelijk tussen de stenenrijen  staan. Wanneer ouders niet wilden dat kinderen mee werkten dreigde ontslag. De lonen waren zeer karig en wanneer er een strenge winter was had men vaak niet genoeg geld om rond te kunnen komen. Een man verdiende tussen 1870 en 1920 rond een gulden per dag en in de winter slechts 80 cent, vrouwen de helft.
In 1944 werd het complex bij de slag om Arnhem zo zwaar beschadigd dat het nooit meer opgebouwd is en in 1950 werd het terrein gesaneerd. Het is een groot terrein en overal zijn restanten van bebouwing te zien. Een deel van een muur, een huisje, restanten van de oude veldoven, de vlamoven en natuurlijk de schoorsteen. Op de vlamoven zijn nog stukken smalspoorrails te zien waar de treintjes op reden die de kolen voor de oven aanvoerden. Ook ondergronds zou nog enkele tientallen meters smalspoor liggen. Vooralsnog lijkt het erop dat de schoonsteen bewaard zal blijven. In Gelderland stonden vroeger veel steenfabrieken en er zijn slechts zes schoorstenen als monument aangemerkt. Het probleem bij oude fabrieksschoorstenen is dat er moeilijk een nieuwe bestemming voor bedacht kan worden en dus worden ze gesloopt. Van de ooit in Nederland aanwezige 10.000 schoorstenen zijn er nog zo'n 700 over.