Brepols

bouwjaar: 1930
verlaten: 1974
status: wordt deels gesloopt
foto's gemaakt op: 24-10-2010

Historie:
Brepols was ooit één van de grootste drukkerijen ter wereld en één van de voornamste werkgevers in de stad. Naast drukkerij is Brepols ook bekend als uitgeverij. Vroeger ging het met name om misboeken, tegenwoordig zijn ze meer bekend vanwege de agenda's.
Pieter Corbeels was de eerste prentdrukker die zich in de stad vestigde. Hij was uit Leuven gevlucht voor de Franse bezetter en stichtte in 1795 met zijn leerling Philippus Jacobus Brepols een drukkerij. Corbeels werd al snel stadsdrukker en drukte paspoorten en aanplakbrieven voor de stad. Toen Corbeels in de zomer van 1798 tegen de Fransen ten strijde trok als een van de leiders van de Boerenkrijg kreeg zijn leerjongen de verantwoordelijkhied over de fabriek, Corbeels kerde niet terug, hij werd gevangen genomen en geëxecuteerd. Tot 1800 runde zijn weduwe de zaak maar vanaf die tijd nam P.J. Brepols geleidelijk aan de zaak over. Vanaf het eerste moment verkocht Brepols prenten. Al snel werd de drukkerij vergroot met een boekbinderij en er werd een winkel en een papierhandel toegevoegd. Aanvankelijk werd er in de meest uiteenlopende zaken gehandeld,  van lederwaren tot hoeden.
De eerste jaren werden vooral religieuze werken en schoolboekjes gedrukt. In 1817 nam Brepols de drukblokken van Le Tellier in Lier over waarvan hij al geruime tijd kinderprenten aankocht en ging deze zelf drukken en breidde de collectie daarbij voortvarend uit. In de periode van 1840 tot 1845 schakelde Brepols over van het handgemaakte papier op machinaal gefabriceerd papier. Vanaf 1826 drukte Brepols zelf speelkaarten en ook de fabricage van geverfd papier, fantasie–, marokijn– en marmerpapier werd aangevat. In 1929 werd gestart met het, toen nog vrij jonge procedé, van steendruk. Op 5 juli 1834 startte hij het eerste weekblad van de Kempen, het Algemeen Aenkondigingsblad, dat tot 1875 bij Brepols zou worden gedrukt.In België had Brepols niet  veel concurrentie, maar in Nederland werd de markt na 1850 overspoeld door goedkope prenten in lithografie uit Duitsland en Frankrijk. Dit zette de winstmarges zo sterk onder druk dat Brepols in 1861 overwoog de export naar ons land te staken. Hoewel Brepols al in 1863 een lithografische pers had gekocht, bleef men tot aan 1890 ook in houtgravure drukken waarbij de prenten  handmatig met sjablonen ingekleurd werden. In 1890 werd geheel overgegaan op lithografisch drukken en er ontstond een nieuwe lithografische reeks prenten waarin de succesvolle prenten in houtgravure werden opgenomen. In deze reeks werden in navolging van het buitenland steeds meer prenten met verhalen uitgegeven. Deze kunnen met recht als voorlopers van het stripverhaal worden gezien.  De meeste prenten hebben onderschriften in het Nederlands en in het Frans en er zijn er weinig bewaard gebleven.
Een beperkt aantal prenten is gedrukt met zinkclichés. De firma Brepols was meer dan een eeuw, van 1817 tot ca. 1935, actief als drukker-uitgever van centsprenten en heeft  in die periode 623 verschillende prenten uitgebracht; meer dan enige andere uitgever in het Nederlandse taalgebied. De totale oplage wordt geschat op 31 miljoen prenten, die ongeveer voor de helft in Nederland zijn verkocht en waarvan slechts een klein deel bewaard is gebleven.
Op 3 januari 1845 overleed P.J. Brepols. Het bedrijf kwam vervolgens in handen van dochter Antoinette Brepols, en later van vader en zoon Du Four. Langzaam groeide het verder uit, tot het in de tweede helft van de twintigste eeuw een van 's werelds belangrijkste drukkerijen was. Maar het tij keerde en het bedrijf dat ooit 2200 werknemers telde werd opgesplitst in vier afzonderlijke kleinere bedrijven. In 2003 vroegen twee vennootschappen van de groep het concordaat aan. De uitgeverij en een gedeelte van de binderij blijven bestaan.  In 2010 werden er weer 49 mensen ontslagen bij Brepols en er werken nu nog rond de 150 mensen.
De gebouwen van Brepols staan sinds 1974 leeg en met veel moeite is er een plan gekomen waarbij vrijwel de gehele fabriek gesloopt wordt met uitzondering van het gebouw dat in de jaren 30 is gebouwd. Het is gebouwd volgens de bouwstijl die als "nieuwe zakelijkheid" bekend staat. de ballustrades, ramen en deuren van het gebouw zijn sober maar sierlijk vormgegeven, de vloer heeft een eenvoudige abstracte tekening. Daglicht stroomt overvloedig binnen via de groite ramenwand die dubbelbeglaasd is om de temperatuur ook in de winter aangenaam te houden. De ruimte is hoog zodat het geluid van de vele typsmachines draagbaar blijft en er ook gewoon gepraat kan worden.






terug naar industrie