Gemeentelijke Gasfabriek

bouwjaar: 1905
verlaten: nb
status: onveranderd
foto's gemaakt op 20-11-2009

Historie:
De Maastrichtenaar Jan Pieter Minckeleers, professor te Leuven, verlichte sinds 1785 één maal per jaar zijn collegezaal met ruw lichtgas; een Engelsman Murdoch bevorderde rondom 1800 het gebruik van lichtgas voor verlichting en verwarming op grote schaal en in 1812 en 1815 werden de straten van Londen en Parijs met gasverlichting verlicht. In Nederland werd de eerste gasfabriek in 1826 door een Engels bedrijf in Rotterdam in gebruik genomen, een jaar hiervoor werd in Amsterdam al gas geproduceerd uit raapolie. Ergenis over de slechte straatverlichting door petroleumlantaarns was rond 1900 aanleiding voor diverse gemeenten om te onderzoeken of er in de stad een gasfabriek kon worden gesticht. Met de komst van een gasfabriek werd een  betere straatverlichting met gaslantaarns mogelijk, die 's-avonds automatisch ontstoken konden worden,  bovendien konden de inwoners  van energie worden voorzien en konden de petroleumlampen en kookstellen vervangen worden door gaslampen en gaskooktoestellen.  Elke woning kreeg een gasmeter waarin vroeger dubbeltjes of gasmunten gedaan moesten worden. Waren de dubbeltjes of munten op had men geen gas (en licht), het was dus zaak een petroleumstel als reserve achter de hand te houden.
Lichtgasfabrieken hebben gasbereiding als hoofddoel en cokes zijn een bijproduct. (Bij een cokesfabriek is dit andersom, de cokes wordt dan voornamelijk geproduceerd voor de ijzerwinning) Cokes  was ook geschikt voor de kachel thuis maar daarmee moest men  wel oppassen, het brandde zo hard dat het rooster in de kachel er van kon smelten.
Na vele verbeteringen werden er in de tweede helft van de negentiende eeuw door het hele land gasfabrieken gebouwd die vaak door de gemeente werden beheerd. Ook werden er allerlei manieren gevonden om de afvalproducten van de gasproductie te verwerken tot allerlei producten zoals kunstmest, zwavelzuur en vele organische producten. In de eerste helft van de twintigste eeuw was het gedaan met de gasverlichting door de opkomst van de gloeilamp. Er werd nog verwarmd en gekookt op lichtgas totdat in de jaren zestig de aardgasbel bij Slochteren werd ontdekt. Veel gasfabrieken werden gesloopt waarbij meestal een zwaar vervuild terrein overbleef.
Op 4 mei 1905 wordt de NV Gasfabriek Appingedam gebouwd door de Fa. Carl Francke te Bremen. De fabriek kende twee gashouders, die inmiddels zijn gesloopt. Van de fabriek resteert nog het hoofdgebouw, waarin de stokerij gevestigd was, met een ingekorte schoorsteen, en de sterk verbouwde directeurswoning. Er wordt een leidingennet aangelegd en in de Damster straten verschijnen ongeveer 80 zogenaamde gasgloeilichtbranders. De lantaarnpalen zijn van het Bremer model. De exploitatie van de fabriek komt in handen van een ander bedrijf uit Bremen: de Central Verwaltung von Gas-, Wasser- und Elektricitätswerken GmbH. In 1908 besluit de gemeente alle aandelen van Francke aan te kopen en zodoende de exploitatie van de fabriek  in eigen hand te nemen. In de jaren vijftig werd overgestapt op aardgas en in dezelfde periode wordt het gasbedrijf Fivelingo opgericht, waarin wordt samengewerkt met de gemeente Loppersum en waarbij zich later ook de gemeenten Ten Boer, Bierum, Stedum en ’t Zandt aansloten. Hoelang de fabriek buiten bedrijf is heb ik niet kunnen achterhalen.  Er bestaan plannen om de voormalige gasfabriek te behouden als industrieel monument en het complex een nieuwe, mogelijk culturele bestemming te geven. De  gasfabriek is een van de weinige overgebleven voorbeelden van industrieel erfgoed in Appingedam en een van de laatste overgebleven kleinschalige gasfabrieken van ons land. Een qua grootte vergelijkbaar complex is de voormalige gasfabriek van Bedum, waarvoor sinds enkele jaren een sloopdreiging bestaat. De gemeente Appingedam lijkt er echter meer voor te voelen de fabriek te slopen en er woningen neer te zetten, maar voor die gerealiseerd kunnen worden moet de bodem worden gesaneerd aangezien deze zwaar vervuild is.
.